Hoofdtekst
10 A -(Onze informant vertelt hier over de vermeende Grotenbergse heks Angeline van ‘t Hennekot) Jamaar, laat, zwijgt ‘t is best dat ik niet en weet dat het al bezig is. Dat waren 2, 3 oude wijvekes die bijeenzaten en dat was zo vuil gekleed hé en toen alleman, ja, die jonge mensen hé, gij niet of uw broer niet, maar die jongere klasse van thuns, die waren wreed benauwd van daar te passeren. Ah ja, als ze uit de school kwamen : “Willen we ne keer naar het Hennekot gaan?” zeiden ze, “Jamaar, daar en hou e k’ik ook niet af ze!” (daar hou ik ook niet van hoor). En dat was zo een oud wijvetje met zo’n toup... mutse op, ja ge kent dat niet ...I -Een zwarte kapmuts?10 -Ja, een kapmuts zo en de die komt buiten : “Hé, wat is ‘t er dé?” en ik zegge : “... we komen weur (wij) alhier wandelen hé.” “Swig swig, ‘k zal u vermoorden” zei ze.I -Wat zei ze?10 - “Swig, swig, ‘k zal u vermoorden!” zei ze. Want ze zei: “Als ge niet zwijgt, zal ik u vermoorden! Gigotver” en ze sprong zij ook naar binnen en ze kwam met een groot mes afgelopen, maar ze ging zij niet ver achter ons, maar ja, ze kwam zij maar juist gelijk dat ik zou op de straat komen hé en thuns((dan) niet meer hé en wij vluchtten hé en tegen dat ‘k ginder kwam “Keer een keer were! Keer een keer were!” Begost(begon) ze zo soms. En dat was zo in die aard.I -En hoe heette die vrouw of zo dat ge zei?10 -Wablieft?11 -Gaat ge nu drinken?10 -Jaja’k, want ik moet intijds een keer ...II -Jaja, want als hij moet spreken, moet hij kunnen drinken, ‘t moet gesmeerd worden hé.10 -Awel, maar in ‘t Hennekot, maar die wijvetjes ken ik niet.I -Die heette Angeline of zo, is dat juist?11 -Jaja.II - ‘k Heb ik dat gehoord van mijn moeder.11 -Jaja,’t is zo.10 -Ja, ‘t was bij Angeline. Verstaat ge het?I -Ja.
Beschrijving
In Leeuwergem woonde een oud vrouwtje met een kapmuts, voor wie de schoolkinderen erg bang waren. Toen de kinderen bij de deur van die vrouw stonden, liep ze naar binnen om een mes te halen en zei: "Zwijg, zwijg, of ik zal jullie vermoorden!"
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (groot-zottegem)
10A
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Leeuwergem   
Plaats van Handelen
Leeuwergem   
