Hoofdtekst
Der was bij ons altijd iemand die kwam, die lijk niet heel zuiver was; en als hij weg was, waren we altijd ziek en we waren altijd doodslecht!En we gingen overals en ook naar Gent bij de paters. En de paters zeien dat we moesten lezen om dat kwaad van ’t huis te doen.En, op ‘ne keer was-t-er ook ‘ne keer ‘ne mens die ook zei dat dat bij ulder ’t zelfste was: ze kwamen zilder bij hem ’s navonds aan de deure kloppen en op de veisters. En dat was altijd ’t een achter ’t ander. En zegt ie tegen mij: "Weet ge wat dat ge moet doen? Ewel, g’ontsteekt ’n keerse in de gang en ge gaat zien van waar dat ’t vlammeke komt."En ze klopten nog drie keers en ’t vlammeke ging uit. En ’t was gedaan, en we hebben niets meer gehad…
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Bij een gezin in Avelgem kwam vaak een vreemde man op bezoek. Zodra die man weg was, werden de mensen in dat huis altijd ziek. De paters van Gent gaven de mensen de raad om te bidden zodat het kwaad uit het huis zou verdwijnen. Dat hielp echter niet.
Op een dag beweerde een andere man dat hij hetzelfde probleem had. Bij hem kwam 's avonds altijd iemand op de ramen en op de deur kloppen. De man gaf de mensen de raad om een brandende kaars in de gang te zetten. Zodra de kaarsvlam was gedoofd, waren de mensen verlost van de toverij.
Op een dag beweerde een andere man dat hij hetzelfde probleem had. Bij hem kwam 's avonds altijd iemand op de ramen en op de deur kloppen. De man gaf de mensen de raad om een brandende kaars in de gang te zetten. Zodra de kaarsvlam was gedoofd, waren de mensen verlost van de toverij.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (tussen schelde en leie)
458
memoraat
Naam Overig in Tekst
paters van Gent   
Gent (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Avelgem   
Plaats van Handelen
Avelgem   
