Hoofdtekst
mene groeutpâ ging es op de loer; en hem stond vuir een poot en iniens komt dô ne giesteleken öt de poot, on ’t leze; en dee kam dô ’s nachs altêd trug; da was ene giest; en di poot ging zoe vuir hem oupe.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Een man die ging stropen, zag elke nacht een geestelijke uit een poort komen, die aan het lezen was.
Bron
A. Abeels, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (sint-truiden)
219
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nieuwerkerken   
