Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FVANH0361_0363_18271

Een sage (mondeling), 1967

Hoofdtekst

Peetje PruusIn mijn kindertijd placht mijn moeder mij soms bang te maken, als ik een of andere schelmenstreek had uitgehaald. Ze dreigde dan dat Peetje Pruus me zou komen halen. Ik herinner mij de zonderlinge verhalen rond Peetje Pruus nog zeer goed, want mijn oom heeft mij er dikwijls genoeg van verteld tijdens een van die lange vertelavonden.Peetje Pruus was inderdaad een zonderling heerschap. Hij moet ergens tussen Waregem en Zulte gewoond hebben rond "Den Drogen Boom". Zijn uiterlijke verschijning boezemde reeds een soort heilige schrik in: een kleine gedrongen gestalte met een pikzwarte baard. Hij had daarbij donkere karbonkels van ogen, waarin niemand langer dan tien seconden kon kijken, zo bliksemden ze iemand aan!Maar niemand durfde iets tegen hem ondernemen want allen waren ervan overtuigd dat hij een pakt met de duivel gesloten had.Inderdaad een boswachter had op een avond een donkere gestalte door het bos zien sluipen met een zwarte haan onder de arm. Hij was ze gevolgd tot op een vijfsprong en dan had hij iets zo verbijsterends meegemaakt dat hij er zomaar opeens witgrijs haar van gekregen had. Op de vijfsprong was er om twaalf uur plots een zwarte heer verschenen met een zwarte buis en een grimmige zwarte puntbaard. Hij haalde een wit perkament te voorschijn en trok een grote slagpen uit de vleugel van de zwarte haan. Ondertussen had de andere zijn arm ontbloot en met een glimmend mes een snede dwars over de arm getrokken. Met zijn bloed en die zwarte pen had hij vervolgens het perkament ondertekend. Op het zelfde ogenblik was de volle maan van achter een wolk verschenen en had de boswachter de man met de haan herkend: Peetje Pruus. Wat er verder gebeurd was, wist hij niet, als een wilde was hij naar huis gerend!En inderdaad, Peetje Pruus kon wat. Hij had bovendien een galgenjong wat hem uitzonderlijke macht gaf. Er was immers duidelijk een rood plekje in zijn hals te zien. Daar tapte hij iedere dag een druppeltje bloed af om het galgejong te voeden.Op een dag dat hij bij een boer aan ’t werk was, konden een koppel paarden een voer hout maar niet het erf opkrijgen. De boer vloekte en ketterde, de paarden spanden zich tot het uiterste in, doch tevergeefs. Peetje Pruus kwam nader en nam de teugels over en kijk, als vanzelfs ging het nu vooruit.De boer had ook gezien, heel duidelijk, dat Peetje zijn eerste lepel pap op tafel goot bij ’t eten en zijn eerste aardappel naast zijn bord legde. Dat deden enkel tovenaars.Tegen een hoeveknecht zei hij eens: "Wat een grote wratten heb je daar op je hand!" Hij wreef er eens over en ’s anderdaags waren ze verdwenen.Op een dag was hij in "Den Duivel", een café die nu verdwenen is, binnengegaan en er was plots een orgel op zolder beginnen te spelen. De stoelen begonnen te dansen rond de café. Op een-twee-drie was de staminee leeggelopen.Ook was het bekend dat een stoel duidelijk kraakte als hij er ging opzitten. En nog veel andere zonderlinge daden werden er over hem verteld.Als Peetje nu eindelijk op sterven lag brak er een vreselijk onweer los. De lucht stond in vuur en vlam en knetterende donderslagen volgden elkaar op. De mensen hadden nooit zoiets beleefd.Toch had de pastoor die al die praatjes over buitengewone daden niet geloofde, enkele moedige mannen samengetrommeld om de laatste nacht bij de kist te waken. De vier mannen hadden er niets beter op gevonden dan een spelletje te kaarten om de tijd te verdrijven.Het was tien uur – elf uur, maar als het zo rond twaalf uur draaide, werd Peetje Pruus’ kat opeens geweldig onrustig. Haar haren gingen overeind staan en als een bezetene rende ze de kamer rond, wild krijsend en met loense ogen. De mannen hadden een beetje ongerust en met begin van vervaardheid hun kaarten neergelegd en klokslag twaalf gebeurde er iets dat de vier mannen hun haren ten berge deed rijzen. Hun kaarten vlogen zomaar opeens met een flop van de tafel weg en rond de kamer. Een geweldige slag volgde en deed het hele huis dreunen. De grote wandklok viel pardoes naar beneden in stukken. Hun fles jenever op tafel en een hele rij flessen op de gootsteen sprongen aan duizend scherven. Een dreigend gedruis was te horen als van honderden klapperende vleugels. De mannen renden als bezeten het huis uit recht naar de pastorij, ze meenden dat Peetje Pruus uit zijn kist was gesprongen.Dezelfde nacht is de pastoor het huis van buiten gaan belezen.’s Anderdaags werd er gefluisterd dat de duivel om twaalf uur Peetjes ziel was komen halen.De volgende morgen werd Peetje begraven. De koster en de garde trokken hun stoute schoenen aan en waagden zich binnen. Alles lag in de grootste wanorde en ’t was wel dat ze van niet veel vervaard waren, want de kist lag zwart van de muizen, die overal over de kist ritselden en glipten. Met een borstel hebben ze hen moeten wegvegen.Nu nog maakt de weg ginder een plotse kromming, het komt omdat de mensen met een boog heen liepen om de plaats waar Peetje Pruus woonde… uit heilige schrik!

Onderwerp

SINSAG 0919 - Teufel (in Tiergestalt) wacht bei der Leiche eines Sünders.    SINSAG 0919 - Teufel (in Tiergestalt) wacht bei der Leiche eines Sünders.   

SINSAG 0881 - Der Teufelsvertrag. Mann schliesst einen Vertrag mit dem Teufel, welcher ihm bei seiner Arbeit Hilfe leistet.    SINSAG 0881 - Der Teufelsvertrag. Mann schliesst einen Vertrag mit dem Teufel, welcher ihm bei seiner Arbeit Hilfe leistet.   

SINSAG 0918 - Teufel führt Sünder mit.    SINSAG 0918 - Teufel führt Sünder mit.   

Beschrijving

Bij de 'Droge Boom' in Waregem woonde vroeger een klein mannetje met een zwarte baard. De man had bovendien donkere ogen, waarin niemand langer dan tien seconden durfde te kijken. De mensen geloofden dat die man een pact met de duivel had gesloten. Op een avond had de boswachter een donkere gestalte met een haan onder de arm door het bos zien sluipen. De boswachter was de gestalte gevolgd naar een kruispunt waar vijf wegen bijeenkwamen. Daar verscheen een zwarte heer met een puntige baard, die een stuk wit perkament tevoorschijn haalde en een veer uit de vleugel van de zwarte haan trok. Het mannetje ontblootte zijn arm en ondertekende het contract met zijn eigen bloed. Op dat ogenblik was de maan van achter de wolken verschenen en had de boswachter het mannetje herkend. De boswachter liep bang weg en stelde vast dat zijn haren volledig grijs waren geworden. Sinds die dag had dat mannetje een galgenjong dat hem bijzondere krachten verschaften. In de hals van de man zag men een rood vlekje waar hij bloed aftapte om aan het galgenjong te geven.
Op een dag stond in het dorp een boer te vloeken omdat zijn paarden er niet in slaagden een vracht hout naar het erf te brengen. Het mannetje verscheen, nam de teugels over en even later kwamen de paarden moeiteloos in beweging. De boer had gezien dat dat mannetje bij het eten zijn eerste lepel pap op tafel goot en zijn eerste aardappel naast zijn bord legde. Dat deden alleen tovenaars. Toen één van de knechten wratten op zijn hand had, wreef het mannetje over de hand en zorgde ervoor dat de wratten de volgende dag verdwenen waren.
Toen het mannetje op een dag binnenkwam in een café, begon op de zolder plots een orgel te spelen, waarop de stoelen rond het café begonnen te dansen. In een mum van tijd verlieten alle klanten het café. Wanneer het mannetje ergens ging zitten, kon men de stoel altijd duidelijk horen kraken.
Toen de man op sterven lag, brak er een verschrikkelijk onweer los. Hoewel de pastoor beweerde dat hij niet in de praatjes over toverij geloofde, had hij toch enkele dappere mannen verzameld om de laatste nacht bij de doodskist van die man te waken. De vier mannen speelden een spelletje kaart om de tijd te verdrijven. Om klokslag middernacht werd de kat van de dode plots heel onrustig. De mannen legden hun kaarten neer, waarop een luide slag het huis deed daveren en de kaarten in de lucht deed vliegen. De wandklok en alle flessen die in het huis stonden, vielen aan diggelen. Men hoorde bovendien een dreigend gedruis dat leek op het geklapper van vleugels. Diezelfde nacht is de pastoor het huis komen overlezen. De volgende dag vertelden de mensen dat de duivel om middernacht de ziel van de man was komen halen. Bij de begrafenis van de man, zat de doodskist vol muizen.
Nu nog vertoont de weg bij het huis van die man een bocht, omdat de mensen uit angst altijd met een grote boog voorbij dat huis liepen.

Bron

F. Van Houdenhove, Leuven, 1967

Commentaar

3.1 Duivels
west-vlaams (tussen schelde en leie)
571
Kindertijd van de informant
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Droge Boom (Waregem)    Droge Boom (Waregem)   

Naam Locatie in Tekst

Vichte    Vichte   

Plaats van Handelen

Waregem    Waregem