Hoofdtekst
In een huis waar veel kleine kinderen waren, zette de vrouw alle weken 's avonds de waskuip gereed en daarnevens zette ze vier kleine 'zjattekens'. Daar waren twee knechten en die wilden weten waar dat voor diende en ze boorden een gaatje in het plafond en daar gingen ze op een nacht aan kijken.Toen kwamen daar vier alverwijfkes in, zo hoog als een stoel waren ze, en die wasten daar de doeken dat het schuim over hun hoofd vloog. En toen zei de andere knecht: 'Laat mij ook eens kijken', maar dat hadden ze gehoord en toen zei een alverwijfke: 'Blaas dat lampke eens uit.' Toen kwam daar een alverwijfke dat doen en hij was zijn twee ogen kwijt voor zijn leven.
Onderwerp
SINSAG 0063 - Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld)   
SINSAG 0065 - Zwerge wollen nicht belauert werden   
Beschrijving
Een vrouw zette 's avonds voor de alvervrouwtjes de wasteil klaar, met vier kleine kopjes ernaast. Twee nieuwsgierige knechten boorden een gaatje in het plafond, zodat ze de dwergvrouwtjes 's nachts konden bespieden. Eén van de knechten zag door het gaatje hoe de alvervrouwtjes de was deden. De andere knecht sprak toen ongeduldig: "Mag ik ook eens kijken?" De alvervrouwtjes hadden het echter gehoord en één van hen zei: "Blaas dat lampje eens uit!", waarop een ander door het gaatje blies. De nieuwsgierige knecht was zijn twee ogen kwijt.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
1.2 Aardgeesten
zuid-limburgs
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kortessem   
