Hoofdtekst
I Wat ik ook nog gehoord heb, ja, ze zeiden ze van: "In dat gangske of in dat wegske daar spookte het."24 Ja! Dat zeiden ze vroeger ook: "Daar moet ge niet komen, want daar spookt het." Maar, ik ben dan altijd in Zussen naar school geweest, tot zes jaar, nee, tot het derde studiejaar, en dan hadden wij die van Mensing (= † Annie Mensing - Meyrs, Waterstraat 31) als onderwijzeres en de nonnen waren daar nog in Zussen, hé. En dan moesten wij ook door - de ‘zjüs’ (= Constant Claes - de Schaetzen, Waterstraat 47) van Zussen, dat ze zeggen, de vrederechter daar - een heel smal paadje langs het kasteel op daar.I Langs het kasteel, ja.24 En dan zeiden ze ook: "Pas op maar, hier spookt het." Maar de mensen hadden vroeger ook veel meer de dreigementen voor hun kinderen: "Pas op, gaat daar niet!" - maar voor de kinderen bang te maken. "Het spookt daar." Maar ze hebben nooit een spook gezien, hé. Enfin, ziet ge het, die weten misschien nog wel iets van vroeger, vroeger, vroeger van spoken, hé.
Beschrijving
De kinderen die in Zussen naar school gingen, moesten door een smal weggetje langs het kasteel. De mensen maakten hun kinderen wijs dat het daar spookte en dat ze er daarom goed moesten oppassen.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (groot-riemst)
24I 374
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zichen-Zussen-Bolder   
Plaats van Handelen
Zussen   
