Hoofdtekst
O mijn grootvader stond te vrijen wos ter oltied een zworte katte die rond zijn benen droaide. En dat goenk ton niet meer want ze wisten dat ze ofgehort woaren.En je koste der nooit ip schippen. En ip ne keer: j’had ze. En ze wos weg wi!En doags derachter wos ter een oud wuveke dat met een grote sjerpe rond zen hoofd liep, en ’t had zeer aan zijn hoofd. En de mensen zeien dertegen: ge moet het moar weten, ge moet noar ’t joenk volk niet goan ofhorten.
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
Een man die op bezoek was bij zijn vriendin, werd de hele tijd geplaagd door een zwarte kat die tegen zijn benen liep. De man slaagde er nooit in het dier een schop te geven. Op zekere dag kon de man de kat toch raken. De volgende dag kwam de man een oude vrouw tegen, die een grote sjaal rond haar hoofd droeg. De mensen spraken tot het vrouwtje: "Het is je eigen schuld. Je moet de jongen mensen niet gaan afluisteren!"
Bron
H. Van Wassenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (groot-roeselare)
228
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Roeselare   
