Hoofdtekst
Y: Maar van de mare bereden zijn, dat is eigenlijk iets, als je nu droomt, je kunt daar eigenlijk helemaal raar van zijn.5: Daarvan.Y: Daarvan. Ik weet niet hoe je dat moet zeggen wat er daar…5: Ik kan het niet zeggen hoor.Y: ’t Is lijk… je ziet daar opeens een heel witte ding voor je, hé ma, dat je zo stijf bent als ik weet niet wat.5: Jaja, dat je niet meer kunt bewegen.Y: Dat is tovenarij, hoor.5: Ja, jaja.Y: Vroeger, dat bestaat nu niet meer hoor.5: Nee, ik heb nog gehoord dat ze ze voelen komen over hun voeten en je bent dan je keel zo dichtgezogen, en je hebt geen adem meer. Ja maar, het is nooit gebeurd met mij, maar ik heb dat nog horen vertellen hoor, juffrouwtje.X: Ja.5: Ja, mijn moeder zei dat, mijn moeder zaliger heeft dat nog gezegd.X: Ik heb dat ook nog zo horen zeggen.5: Zie je, je voelt het zo aankomen, en dat is toegehaald en je hebt geen adem meer, zeggen ze. Ja maar, het is nooit gebeurd met mij, maar ik heb dat nog horen vertellen, dat moeder zaliger dat nog gezegd heeft.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Mensen die tijdens een droom door de maar werden bereden, zagen opeens een witte verschijning vóór zich. Ze voelden de maar bij hun voeten en kregen het benauwd.
Bron
M. Sohier, Leuven, 1982
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (poperinge)
5A"
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Poperinge   
