Hoofdtekst
Op Fontaine-dreef spookte het. Ich moes(t) mij(n) broer altijd gaan halen, zo bang had er, hij dorst nie alleen doorkomen, doa zat ene weerwolef! De weerwolef, hein, dat was ene man met e vel op hem hangen. En de minse zegden: 'as zje ene ziet met stukken van ene rooie maalneuzik (= zakdoek) in zijne mond, dan is het enen echte!'
Onderwerp
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
Beschrijving
Een man durfde haast niet meer in de Fontaine-dreef te komen omdat er een weerwolf zat. Weerwolven waren mannen met een dierenhuid op hun rug. Wanneer men iemand zag met stukken van een rode zakdoek tussen de tanden, kon men er zeker van zijn dat het een echte weerwolf was.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (tongeren en omstreken)
960
Broer van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tongeren   
Plaats van Handelen
Fontaine-Dreef (Tongeren)   
