Hoofdtekst
Als ge wilt toveren, dan moet ge gelijk in nen bond gaan. Vroeger zeiden ze dat ge ten twaalven ’s nachts op ne vierweg moest gaan staan met een zwart beest. Tuus zou ’t kwaad bij u komen. Ge mocht hem vragen wat ge wilde, maar ge moest een kontrakt maken voor 5 – 10 jaar of heel uw leven. Achter dien tijd moest ge weerkeren. Om uit den bond te geraken koste dat veel moeite. Als ze kwamen te stervedn moesten ze het aan iemand overzetten (soms aan de kinderen van den huize). Als niemand dat wil overnemen kunnen ze niet sterven en worden gefolterd.
Beschrijving
Wie wilde leren toveren, moest toetreden tot een geheime vergadering. Men moest dan om middernacht met een zwart beest op een kruispunt gaan staan. Men moest dan een overeenkomst van vijf of tien jaar sluiten met het kwaad. Het kostte veel moeite om weer uit die bond te geraken. Leden moesten hun toverkracht bij hun dood aan iemand anders doorgeven. Anders konden ze niet sterven en werden ze gefolterd.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
521
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ronse   
