Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MKEST0036_0036_29982

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

Er was eens bij een arm boerke een schuur afgebrand en hij had de middels niet om het terug op te bouwen. De kabouters wilden een handje toesteken maar de boer moest hun zijn laatste pond (pand) afstaan en het akkoord was gesloten. Des ’s anderendaags morgens rond drij uur moest de schuur klaar staan voor dat de haan een eerste maal gekraaid had. Als de boer dat aan zijn vrouw vertelde over het akkoord zegde de vrouw: “Maar dit laatste pond dat is uw ziel, wat gaan we nu doen, gij zijt bestemd voor de hel?” Ineens liep de vrouw buiten want de schuur was ver gevorderd. De kabouters sleurden balken en allerhande. De vrouw liep naar het kippenkot. De kabouters wierden razend. Ze sloeg de deur open, en daar liepen de kiekens en den haan buiten en de haan kraaide de eerste maal en met een donderend geraas stortte de schuur in en de kabouters waren verdwenen.

Onderwerp

SINSAG 0853 - Die unvollendete Scheune: Teufel von nachgeahmtem Hahnenschrei überrascht.    SINSAG 0853 - Die unvollendete Scheune: Teufel von nachgeahmtem Hahnenschrei überrascht.   

Beschrijving

Een arme boer wiens schuur was afgebrand en die niet over de middelen beschikte om de schuur weer op te bouwen, kreeg een aanbod van de kabouters. Op voorwaarde dat de boer zijn laatste pand aan de kabouters zou schenken, zouden de dwergjes hem helpen bij de heropbouw. De schuur zou de volgende ochtend vóór het eerst hanengekraai klaar zijn. Toen de boer aan zijn vrouw vertelde welke overeenkomst hij had gesloten, realiseerde de boerin zich dat haar echtgenoot zijn ziel had verkocht. Toen de schuur bijna klaar was, liep de boerin naar buiten en stormde naar het kippenhok, waardoor de haan voortijdig begon te kraaien en de woedende de kabouters met veel lawaai wegliepen.

Bron

M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964

Commentaar

1.2 Aardgeesten
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
1
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Etikhove    Etikhove