Hoofdtekst
Den Hellejongen, dat was ’t volgende. Ne vader had geen werk en geen eten voor zijne zone. "’k Ga je verhuren, al was ’t aan den duivel", zei de vader. Ze kwamen op ulder ne weg nen here tegen. ’t Was den duivel. Hij huurde hem voor portier te zijn aan d’helle. Hij heeft onder andere nen notaris binnengelaten. Als hij were kwam, vertelde hij dat allemale. Z’hebben dat achterhaald, maar ‘k en wete niet meer als hij gestraft geweest is.
Beschrijving
Een vader die geen eten had voor zijn zoon, sprak tot het kind: "Ik ga je laten werken, al was het voor de duivel!" Onderweg kwamen vader en zoon een heer tegen, die in werkelijkheid de duivel was. De jongen ging als portier van de hel werken bij de duivel. Als portier heeft de jongen een notaris moeten binnenlaten in de hel.
Bron
W. Van Houcke, Leuven, 1970
Commentaar
3.1 Duivels
west-vlaams (houtland)
698
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Werken   
