Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MREYN0087_0088_19572

Een sage (mondeling), 1965

Hoofdtekst

We kwamen van Geluveld van de biechte, mijn zusterke en ik. Ommettekeer, ’t wos ne lucht da kam van ol achter us, en achter de zwijnekoten ging. Ik sprong weg langst den dijk ol over ’t land naar de bane. Ie sprong were ip de zelfste plaatse, sprong were den berg up en wos weg. Min zuster zei: "Zou je durven winken?" Maar mijn vader had olsan gezeid: "Laat alles stille da joe stille laat." Moeder zag diene lucht olle nacht vanuit ’t bus over ’t land springen. Maar ’s anderdaags mijne maat moste were naar de prochie kommen voor ’n schaap die moste lammeren. Ze kam in en ze vroeg: "Zie je gièder late up geweest gisteren? ’t Wos ne lucht die flikkerde up julden koer." Pertang, m’han wieder geen lucht gemaakt, of niet late up geweest. Maar da wos dezelfde lucht dat ’s nachts ten twaalven toezent geweest had.

Beschrijving

Twee zussen waren in Geluveld gaan biechten. Op hun weg naar huis werden de zussen achtervolgd door door een lichtje. De meisjes durfden niet naar het licht te wenken, want hun vader zei altijd: "Laat alles met rust wat jou met rust laat". De moeder van die meisjes zag het licht iedere nacht uit het bos komen en over het veld springen.
De volgende dag kwam er een vrouw op bezoek omdat er een schaap moest lammeren. De vrouw vroeg: "Zijn jullie gisteren laat gaan slapen? Op jullie koer heb ik een lichtje zien flikkeren". De mensen waren helemaal niet laat opgebleven. Het lichtje dat om middernacht op de koer was verschenen, was hetzelfde lichtje als datgene dat de meisjes hadden gezien.

Bron

M. Reynaert, Leuven, 1965

Commentaar

1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (ieper)
33
memoraat

Naam Locatie in Tekst

Zandvoorde    Zandvoorde   

Plaats van Handelen

Geluveld    Geluveld