Hoofdtekst
I Euh, verhalen waar dat de duivel in tussenkomt, zo duivelsverhalen, waar dat de duivel in voorkomt?28 Neen, toch niet dat ik weet. Er werd niet over de duivel gesproken vroeger.27 Neen, er werd daar al[lemaal] niet over gesproken.28 En de mensen hadden benauwd, hé, van de duivel, vroeger, hé.I Jaja.28 Ze hadden meer benauwd van de duivel, hé.I Jaja.28 Ja, ze spraken daar dan niet over, wè, want ze peizden verzekerst [= dachten waarschijnlijk] dat hij ging aan de deur komen, ‘s avonds.I Jajaja. (lacht)28 Ha ja.I Jaja, dat je, als je zijn naam uitsprak, dat hij ...28 Ja, dat ze zelf benauwd kregen, hé.I Ja.
Beschrijving
Vroeger durfden de mensen niet over de duivel te praten omdat ze er bang voor waren.
Bron
W. Bode, Leuven, 2001
Commentaar
3.1 Duivels
west-vlaams (blankenberge)
28M
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Blankenberge   
