Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

HSCHO0149_0149_11292

Een sage (mondeling), 1995-07-9 1995-07-9 (foutieve datum)

Hoofdtekst

4 Toen ben ik naar een pendelaar gegaan in Luik. Een hele hele goede, hoor! Ja, en die kwam daar ook maar met me en die zei: "Wat zoek je hier? Hier ligt goud." "Goud, goud. Ik zoek of het hier ‘whùl’ is. Als het hier ‘whùl’ is, dan kom ik daar toch wel in." "Ja," zei hij, "hier loopt ook een gang." Dat zei die ook, zelfs. "Hier loopt een gang," zei hij. Ik heb dat ook horen vertellen. Maar waar (loopt die gang precies)? Waar? En die wees ook in die richting (= richting Maastricht). En die man wist van niks, want die kende zoveel van de berg als die televisie wat daar staat. Dan ben ik er naar in gegaan. Op een plaats daar kon ik toch in, in de Burcht, maar een beetje verder was alles ingevallen, kon ik niet meer verder. En op een dag achter me - dus, wij kweekten champignons daar - daar vanachter, zag ik (een gat). Ik denk: "Maar dat is toch geen berg." En toen lag daar een gat zó groot. Aan de grootte van het gat en aan de diepte kun je zeggen: het is breed onder, of het is klein onder, of het is smal onder. Dus in mijn gedacht was het toch tamelijk hoog. Ik schatte dat zo … een gang van een meter of vier, vijf breed en vier, vijf hoog zelfs. Maar het was ingevallen. Ja, dan zeg je weer … Maar wij hier in Zussen, wat zegt ons nog dat invallen? Niks! Als hier wat invalt, dan zeggen wij: "Och ja, er is weer wat ingevallen." En ‘dèks’ zijn ook geen stukken (is er niks stuk). En zo ‘kalle’ we: "Dé, is het daar ook berg?! Dat wist toch niemand."

Beschrijving

Een pendelaar uit Luik beweerde dat onder de burcht in Zichen-Zussen-Bolder een gang liep die uitkwam in Maastricht.

Bron

H. Schoefs, Leuven, 1996

Commentaar

4. Historische sagen
limburgs (groot-riemst)
4T 149
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Zichen-Zussen-Bolder    Zichen-Zussen-Bolder   

Plaats van Handelen

Zichen-Zussen-Bolder    Zichen-Zussen-Bolder   

Maastricht    Maastricht