Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

STOP0117_0117_20936

Een sage (mondeling), 1964

Hoofdtekst

En ’t wos toen e keer in èn herberge. En die vint hadde e groten hoend mee. En o ze dor stoenden an den toog e pintje te drinken, vroeg t’er een van de bende: "’t Is nu ol late, zijt ge niet benauwd?" En den andern zei: "’k En mijn hoend mee en o’k ik dien hond mee èn, zijn ‘k ik niet benauwd." Mor ze lagen zieder up die vints weug enne wos dor angegon d’ervan. En dien hond e gevochten tegen die vint en die mens koste ezo weglopen. Enne gerochte thuus en dien hoend e toen ingekommen e kart achter hem. Dien hoend was helegans deursteken enn’e toen gekreveerd. Dat is wor wè want ‘k èn dat nog gelezen in ’t boek.

Onderwerp

SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.    SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   

Beschrijving

Een man die een grote hond bij zich had, dronk bij de toog van een herberg een glas bier. Eén van de leden van de bende van Bakelandt vroeg aan de man: "Het is nu al laat. Ben je niet bang?" De man antwoordde: "Ik heb mijn hond bij en dan ben ik niet bang". Op zijn weg naar huis, werd de man echter aangevallen door de bende van Bakelandt. De man kon vluchten omdat zijn hond de rovers aanviel. Een kwartier na zijn thuiskomst zag de man zijn hond aankomen. Het dier was zwaar gewond en is kort daarna gestorven.

Bron

S. Top, Leuven, 1964

Commentaar

4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
61C
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Bakelandt    Bakelandt   

Bakelandt (bende van)    Bakelandt (bende van)   

bende van Bakelandt    bende van Bakelandt   

Naam Locatie in Tekst

Merkem    Merkem