Hoofdtekst
I -En over de weerwolf hebt ge daar soms...7 C -Ja, als kind vertelden ze u van de weerwolf hé, maar ook dat bestond niet hé.I -Nee, nee en was dat om u schrik aan te jagen?7 -Dat was om de kinderen schrik aan te jagen, ja.I -En om ze binnen te houden?7 -Ook al, en dan vertelden ze ‘t u hé.I -En wat vertelden ze dan over die weerwolf dat hij ging doen als ge buitenkwam?7 -‘k Moet zeggen mijn mama heeft daar nooit niet over gesproken over die dingen.I -Dat is niet goed eigenlijk hé om kinders schrik aan te jagen7 -Nee, ge moet kinders niet schou (bang) maken hé moet ge zeggenI -En hebt ge soms iets gehoord van Slokkepier of zo?7 -Wie is dat Slokkepier? (lacht)I -Slokkepier is zo een die zogezegd in de beerput zit en als ge ‘s avonds laat nog buiten gaat, dan trekt hij u erin7 -Ah ja, nee, nooit niet van gehoord, dat weet ik niet.I -En hebt ge soms gehoord van zo bijvoorbeeld terugkerende doden, zo mensen die terugkeren na hun dood omdat er bijvoorbeeld iets niet in orde is of omdat ze bijvoorbeeld een mijlpaal verzet hadden, dat ze hun grond groter gemaakt hadden ten nadele van hun buur?7 -‘k Zeg u, ‘k geloof er niet veel van, maar ‘k heb er nooit niet veel van gehoord ook.I -Ja, dat hangt zo af, in sommige gezinnen vertellen ze daar zo veel over ...7 -In sommige gezinnen ja, maar mijn mama sprak daar nooit niet van.
Beschrijving
Vroeger vertelde men de kinderen verhalen over de weerwolf, maar dat was iets dat niet echt bestond.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
1.6 Weerwolven
oost-vlaams (groot-zottegem)
7C
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Strijpen   
