Hoofdtekst
En op d’hofstee van Temmers, ze noemen da nu Rostijne. Dat is van de mare waar danze bi reên. Ne knecht moest heel de nacht te peirde zijn en hij was ot (als het) nuchtings (ochtend) ware doodmoe en hij wierd gratemager. En hij had hij op ne nacht bij da peird naar de smesse (smidse) geweest en ’s andrendaags vroeg lag de boerinne te bedde en ze was beslegen aan handen en voeten. En da was op Rostijne dat da gebeurd is.
Onderwerp
SINSAG 0783 - Hufeisen an Händen und Füssen.   
Beschrijving
Op een boerderij in Sijsele werd een knecht door de maar bereden. De jongen moest heel de nacht werken als een paard, waardoor hij 's ochtends doodmoe was. Na een tijdje werd de jongen graatmager van uitputting. Op een nacht ging de jongen met het paard naar de smid. De volgende ochtend lag de boerin in bed met hoefijzers aan haar handen en voeten.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
353
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sijsele   
Plaats van Handelen
Sijsele   
