Hoofdtekst
Mijn neef verkeerde met de dochter van 'Boze Griet'. We hadden doa e türke (= een tijdje) gezeten, ich ook. Toen zei 'Boze Griet' - 'Zoudt zje nu durven noa Moemal (= Monmalle) gaan?' - 'Wie zou wel iet doen!' zei mijn neef. - 'As doa eens ene grote zwatte hond a(ch)ter oech (= U) kwam op de Kassei!' - 'Zo laat toch nie, zei mijn neef, dan zijn ze vas(t) gebonden.' We gingen weg van de 'kleine kassei' op de 'grote kassei'. Opeens kik mijn neef om, toen zagter dat ene grote zwatte hond a(ch)ter o(n)s noa kwam, groot wei e kaaf (= als een kalf) waster. 'Doa! doa is het nu!' we hadden alle twee bang... 'Ich gon ene stek pakken' zei mijn neef en hij trok e groot kruis in 't midden van de baan. 'in de naam des Vaders, in de naam des Zoons en des Heiligen Geestes.' De hond kwam nie wij(d)er as het kruis en he was weg; mè het was ook gedaan met vrijen!
Onderwerp
SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.
  
Beschrijving
Een jongeman had een relatie met de dochter van Boze Griet. Toen de jongen 's avonds samen met zijn neef bij zijn vriendin op bezoek was, vroeg Boze Griet: "Zou je nu nog naar Monmalle durven gaan?", waarop de jongen antwoordde: "Waarom niet?" Daarop zei de heks: "Op de Kassei zou er weleens een grote zwarte hond achter je aan kunnen komen!" Omdat de jongen er van overtuigd was dat er 's avonds geen honden meer rondliepen, nam hij de uitdaging aan. Onderweg werd het tweetal echter toch opgeschrikt door een grote zwarte hond. Daarop nam één van de jongens een stok en tekende daarmee een kruis op de weg met de woorden: "In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest". De hond kon niet voorbij het kruis.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tongeren en omstreken)
R78
memoraat
Naam Overig in Tekst
Boze Griet   
Naam Locatie in Tekst
Rutten   
Plaats van Handelen
Monmalle   
Kassei (Koninksem)   
