Hoofdtekst
2C Als de priester kwam om mijn vrouw te overlezen, dan was dat altijd ene die ook bij ons woonde. En de boer die kwam en dan zei mijn schoonbroer tegen die boer: "Kom, we gaan binnen." En dan was hetgeen die priester gedaan had teniet gedaan. En dan zei ik ’s avonds altijd: "Maar waarom doe je dat?" "Als ’t goed is," zei hij, "dan nam ik een pafpaf (geweer)." "Maar als je ’t weet, laat het dan alstublieft van die man binnen te roepen!" En zo heb ik die priester dikwijls moeten laten komen. En zo zijn ze aan mijn vrouw begonnen, en dan ben ik begonnen met nog ergens anders henen (naartoe) te gaan.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een vrouw liet vaak een pastoor komen om zich te laten overlezen. Als op dat moment een buurman binnenkwam, was het effect van de overlezing teniet gedaan.
Bron
T. Bergen, Leuven, 2003
Commentaar
2.2 Tovenaars
vlaams-brabants (groot-aarschot)
2C
jaren 80 van de twintigste eeuw
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Rillaar   

