Hoofdtekst
Florent, hij heeft een keer op een nacht uren en uren gegaan. En hij moeste van Beveren naar Watou kommen en hij heeft hem maar verkend nuchtendwaards. ’t Was wel benachte maar ’t en was algelijk niet gesmoord, ’t moet toch zijn dat er etwien hem bezighield.
Beschrijving
Een man die van Beveren naar Watou moest gaan, raakte hopeloos verdwaald, waardoor hij uren en uren op dezelfde plaats ronddoolde. Pas tegen de ochtend kon de man zich weer oriënteren. Vermits er die nacht geen nevel was, moet de man betoverd zijn geweest.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (franse grens)
252
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Watou   
Plaats van Handelen
Watou   
Beveren   
