Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

KERAR0207_0208_16783 - Terugkerende doden

Een sage (mondeling), 1966

Hoofdtekst

Er keerden er weer en je moest ze gerust laten. Dat bestaat, geesten die verdomd zijn, ze moesten daar ter plekke komen. ’t Was daar een boer en een boerinne, Brasseul, die tegen mijn deur woonden in Sarthe tegen de Mayenne. Zegt de boerinne tegen mij: "Jerôme, ik zou daar nooit meer durven passeren ten twaalven van de nacht. We hadden geweest naar mijn broer en mijn schoonmoeder en ’t paard en wilde niet passeren!” Een paard ziet geesten, wij niets. Dat is een beest, het heeft geen ziel te sauveren. ’t Paard had zo een benauwd van de patron, het was een harde conditeur (geleider, menner). Nu, op een avond, ’t was bijna twaalf en ‘k zeg: "Ik ga eens zien, ik heb van niets geen benauwd!” Ik was kristelijk en ik ging. Ik ga en zie niets, ik deed mijn klak (pet) af en las om een ziel te sauveren die daar kwam. Ik was niet gegaan om te spotten, anders ware ik noooit meer weergekeerd, dat weet ik heel wel. Ik zag daar niets en ik ga naar huis en ik zeg: "Me gaan dat gerust laten!” Een beetje nadien, rond half juli, ik moest mijn gerst afpekken om ’s anderendaags af te doen met de machine. Nu, tond den tien, ‘k zegge: "Ja, als ik dat nu doe, dan is dat al gedaan!” Ik pakte mijn zeise en begon te maaien tot rond den elven en half. Maar als ik juist kom aan dat kapelletje met Onze Vrouwe erin, waar dat ze altijd kwamen in dien carrefour, ’t begon daar "rrrr”, ging dat . Er stonden daar hoge bomen en ik peinsde dat dat vogels of kraaien waren. Ik wette nog een keer mijn zeise en begon maar trekken en trekken, daarop niet peinzen. Al met een keer, "roef”! Ik zeg: "Wat is dat?” Mijn zeis daar, mijn klak (pet) af en beginnen lezen. Ik zeg: "Onze Lieve Vrouwtje, ik ga hier lezen voor hetgeen ge vraagt aan mij”. Ik zeg: "Zijt ge gezonden van God, spreekt, maar zijt ge gezonden van den duivel, gaat in Gods naam van waar dat ge gezonden zijt!” Dat waren harde woorden. Ik zeg: "Als ik kan die zielen verlossen, ik ga doen wat ik kan”! Nu, ik pakte weer mijn zeise en ik maaide weer, de derde keer dat ik oppakte. Ik zeg: "Dat zijn de paarden daar in de weide”, zo een gruis, dat geruis kwam tot in mijn oren. Maar terzelfder tijde dat ik peinsdat dat het dat was, peerden die aan het eten waren in de herbage (weide), die paarden deden dat, wel om te zeggen, paarden wij zijn hier en wij zijn hier, versta je, opdat ik niet had voort gedaan. Dat was machtig kwaad. Ik las weer voort, smeet daar mijn zeis en mijn wetsteen en ik ging voort. Ik kwam thuis, ik moest maar driehonderd meter gaan, en ’t zweet liep van mij. Je moet toch stout zijn om daar te gaan, weten dat er daar zoveel gebeurde. Er had daar nog een manneke verongelukt, van zijn paard gevallen. Nu, meneer pastoor kwam een keer en ik zei dat al juist lijk of dat ik gedaan had. "Jerôme”, zei hij, "je moogt dat nooit meer doen”! Hij zei niets meer méér, maar hij bekeek me, wilde hij zeggen: "Gij zijt toch een stoute onnozelaar om daar te gaan en de nek gekraakt te zijn van ’t gespuis!” Hij wist wat dat daar was. Het was een sterke geestelijke.

Onderwerp

SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.    SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   

SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.    SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   

Beschrijving

Een boer en een boerin kwamen 's nachts met paard en kar naar huis. Op zeker ogenblik bleef het paard stilstaan omdat het een geest had gezien. Dieren konden geesten waarnemen omdat ze zelf geen ziel te redden hadden.
Een boer die 's nachts voorbij het kapelletje van Onze Lieve Vrouw kwam, hoorde een geruis in de bomen. De boer nam zijn pet af en begon te bidden. De man sprak: "Onze Lieve Vrouwtje, ik ga hier bidden voor hetgeen U van mij vraagt. Ben je gezonden door God, spreek dan. Ben je gezonden door de duivel, ga dan in Gods naam terug vanwaar je gekomen bent!" Toen de man die woorden had uitgesproken, ging hij verder met maaien. Het geruis was er nog steeds en het klonk veel luider. Uiteindelijk ging de man helemaal bezweet naar huis. Toen de man aan de pastoor vertelde wat hij had meegemaakt, sprak de geestelijke: "Je mag dat nooit meer doen!" De geestelijke wist dat op die plaats allerlei kwaad rondwaarde.

Bron

K. Erard, Leuven, 1966

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (ieper)
40
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Vlamertinge    Vlamertinge