Hoofdtekst
23 W -Boven was daar een ketel die opgevuld was van al de stoven he ‘t stond daar altijd een ketel in en daar was een haak voor die ketel op te heffen met boven een contragewicht aan hé, een oude ketel met oud ijzer in en met den anderen zeiden ze dat het zou getoverd hebben en ze zaten beneden in een boek te lezen en d’er zat een boven en op een zeker moment was’t hij daar “ja, ja,ja, ‘t zal niet lang meer duren” en met den anderen (plots) poeft d’er een (iemand) die ketel beneden, die zoldertrap af, de deur vloog open en de ketel, alleman was weg hé. Jaja, jaja.(algemeen gelach)I -Maar van die holletjes dat de kinderen zo holletjes boorden en daar mee wiskes (twijgjes) door zaten (om in de kamer eronder vanalles te doen bewegen, en zo de aanwezigen de schrik op het lijf te jagen)
Beschrijving
In een huis duwden de kinderen een ketel met oud ijzer langs de zoldertrap naar beneden. De mensen schrokeken daarvan zo erg dat ze snel naar buiten vluchtten. Ze waren ervan overtuigd dat het spookte.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
23W
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Goriks-Oudenhove   
