Hoofdtekst
Mijn moeder moest no Bilzen no de Kristeleer gaan, wei (toen) ze nog kind was. En do was e meisje, dat kos muizen maken en eer de pastoor uit de sakristie kwam, zei ze: 'Maak nog eens gauw muizen.' Dan pakte het get (wat) drek van onder zijn klompen en 't wreef dat in zijn handen en dan liepen de muiskes rond hem. Toen hadden ze dat bij Jannus de bakker tegen de pastoor gezegd en toen goenk de moeder met het kind no de pastoor en die vroeg: 'Is het waar kind, daste muizen maken kons?' - 'Ja' zei 't kind. - 'Maak mech dan eens een' en het deed het en toen pakte de pastoor ene boek en er las get (wat) en toen zei er: 'Kind, maak mech nog eens e muiske.' - 'Ich kan nie meer' zei 't kind. En 's anderendaags vroegen ze bij Jannus wat het was. Het was de duivel in eigen persoon. Dat had hem 2 wijfkes in 't midden op de straat geleerd.
Onderwerp
SINSAG 0581 - Hexe macht Mäuse   
Beschrijving
Op de catecheseles in Bilzen was een meisje dat muizen kon maken uit aarde. Nadat de pastoor het meisje had overlezen, kon ze geen muizen meer maken.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (bilzen)
347
Kindertijd van de moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Martenslinde   
Plaats van Handelen
Bilzen   
