Hoofdtekst
De moeder van Pieke Poesen heeft mech (mij) dat verteld. Zij was een meisje van een jaar of twintig en ze werkte in de walenpays bij ene grote boer. En die had meerdere knechts. Maar ene viel altijd op (onderscheidde zich van de anderen). Ze moesten een stuk gaan opbinden ( 't afgemaaid graan op 't land moet in schoven worden gebonden en rechtgezet in hopen). Ze goengen naar het veld en het begos te regenen. Toen goengen ze ene café binnen en dronken twee, drie glazen bier. De knecht betaalde. Er wou maar blijven, maar ze trapten het toch af en de knecht goeng mee. Ze waren get (wat) laat en zegden: 'We moeten maken dat dat opkomt (dat het opgebonden komt).' ' Och, dat is niks, wacht maar get', zei de knecht. Er goeng op 't stuk, snapte do twee ippers (schoven), bond ze bijeen en gaf ze een sjup (duw). 'Do en nu zo allemaal', zei er. En 't stuk was opgebonden. In het terugkomen goengen ze weer terug in die café. Do was toch ene die dat tegen de boer gezegd had. En ze lieten een pater komen. Dat woer een tovermens (de knecht), de pater heeft hem verlost. En nog drie dagen kon hij doen wat hij wilde, dan woer er verlost.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Bij een boer in Wallonië werkten enkele knechten die het gemaaide graan in schoven moesten gaan binden. Toen ze naar het veld gingen, begon het echter te regenen. Nadat de knechten in het café enkele glazen bier hadden gedronken, werden ze ongerust dat het werk niet op tijd klaar zou zijn. "Dat is niet erg", zei één van de knechten, "wacht maar!" De knecht bond twee schoven graan bijeen en zei dan: "Nu zo allemaal". Het volgende ogenblik was al het werk gedaan. Drie dagen nadat de knecht bezoek had gekregen van een pater, was hij verlost van zijn toverkracht.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
2.2 Tovenaars
limburgs (bilzen)
458
fabulaat
De informant hoorde het verhaal van de moeder van Pieke Poesen.
Naam Locatie in Tekst
Veldwezelt   
Plaats van Handelen
Wallonië   
