Hoofdtekst
Ik heb met mensen gesproken gehad en die kwamen veel bij een pastoor hè, dat waren twee gebroers. En die waren met de pastoor ook zo aan het redeneren van heksen en spoken en van dat. 'Neenee', zei de pastoor, 'dat bestaat niet .' 'Jaja, dat bestaat hier wel', zegden die mannen tegen hem. 'Neenee, hier niet, wel in de Vlaanders', zei hij, 'daar zal ik niet zeggen.' 'Als dat in de Vlaanders bestaat, dan bestaat dat hier ook', zegden de mannen tegen hem. 'Ja', zei hij, 'dat bestaat hier ook. Want we roeien en we plukken om het neer te krijgen maar we kunnen het niet uitgetrokken krijgen', zei hij. En daarom wilden ze hebben dat ze het St.-Jansevangelie baden na de mis.
Beschrijving
Na lang aandringen gaf de pastoor toe dat geesten werkelijk bestonden en dat de religieuzen er tot dusver nog niet in geslaagd waren om ze uit te roeien. Daarom bad men na de mis altijd het Sint-Jansevangelie.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
midden-limburgs
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Sint-Jansevangelie   
Naam Locatie in Tekst
Hasselt   
