Hoofdtekst
27C Dat ik juist zo hier dan van mijn leven, maar allé. Waar ik vroeger kameraad van was zogezegd, die haar dochter ging hier door. En dan die hier, die hier van mijn leven gewoond heeft in dat huis zogezegd. Die woonde vroeger in het bos. En die ging hier voorbij en die zei: Jij zal te nacht wandelen." En dat maske (meisje) ging ’s nachts wandelen. p Ah ja, dat is zo.27C Dat heeft die tegen mij verteld, maar anders weet ik ook zo niks. Dat was ook een, die oude hier. p Dat was ook een heks. 27C Zeiden ze.p Er waren er hier dan toch verschillende precies.27C Dat was ook met ginder achter op de oude, tussen de (?) aan het kasteel daar. Aan het kasteel woonde die. En dan die van dinge, die woonde daar juist boven. Dat maske dat dan zogezegd ging wandelen zo.p Ja, ja. En die deed dat dan, ’s nachts gaan wandelen.27C Ja, die deed dat ’s nachts. p Die zal misschien geweten hebben dat die slaapwandelde. 27C Als je een oudere mens zo hoorde. Die zou daar misschien iets kunnen van weten.p Ja, maar die zijn er niet zoveel meer.27C Die zijn dood.p Ik zeg het ook tegen haar juist, die zijn…Die mensen zijn allemaal dood, gelijk Stazieke Prauw.27C Ja juist, die kon daar ook van weten. En gelijk Stazie Schol, die bij ons moe daar voor woonde zogezegd. Die wist daar ook veel van.
Beschrijving
In een bos in Rillaar woonde een heks. Op een avond sprak die heks tot een meisje: "Jij zal vannacht wandelen". Die nacht ging het meisje inderdaad wandelen.
Bron
T. Bergen, Leuven, 2003
Commentaar
2.1 Heksen
vlaams-brabants (groot-aarschot)
27C
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rillaar   
Plaats van Handelen
Rillaar   

