Hoofdtekst
Duitse Schapers, dat heeft echt bestaan te Leffinge op een groot boerenhof. De boer kwam ne keer bij de Schapers. Hij zegt: "’t Gaat gaan regenen en ik heb maar twee wijven om een hele partij tarwe te binden die afligt". De Schapers zeggen: "’t Is niet, we gaan ze wieder binden in de noenestond". Die twee wijven mochten niet opkijken. Ze kosten ’t niet laten en al ’t uldere moeste herdaan worden. Z’hadden rode ventjes, met rode broekjes aan, gezien. De Schaper hadden zij gezonden. Later achter ’t seizoen zat de boer verachterd in de zaaierij. Hij kreeg twee peerden van de Duitse Schapers. Hij moeste ze goed eten geven, van anders ging hij geen profijt doen. Als ’t werk gedaan was deed hij ze were, maar de Schapers aanveerdden ze niet omdat de tijd van ’t akkoord nog niet omme was. En de boer liet ze vermageren. Hij gaf ze look in de plekke van haver. De Duitse Schapers werden ’t geware, ze zeien: "Wieder vertrekken en ’t geluk ook". Nooit was d’r nog entwat dat dochte op dat hof. Dat hof werd ’t Fleruskot genaamd. De boerinne zegt: "Giet ne zak lijnzaad in d’houtvumme en doet ze dat d’ruit rapen". Maar ze waren met zovele dat er voor elk maar één zaadje was. De boerinne zegt: "We gaan ze wel vangen. We gaan keiremelk en zoetemelk t’hope gieten en ze dat doen scheiden". Ze kosten ’t niet. Ton waren ze verlost.
Beschrijving
Op een boerderij moest de oogst nog worden binnengehaald terwijl er een fikse regenbui in aantocht was. De boer deed zijn beklag bij een Duitse schaper omdat hij maar twee meiden had. Daarop sprak de schaapherder tot de boer: "Het is niet erg, wij zullen de oogst wel binnenhalen". De meiden moesten op de grond gaan liggen zonder te kijken. Ze konden hun nieuwsgierigheid echter niet bedwingen en zagen rode mannetjes met rode broekjes. Omdat ze hadden gekeken, moesten de meiden hun werk zelf opnieuw doen.
Op een dag kreeg de boer van de Duitse schapers twee paarden, die hij veel eten moest geven. Na een tijdje bracht de boer de paarden terug, hoewel de overeenkomst nog niet was afgelopen. Omdat de schaapherders de paarden niet wilden terugnemen, gaf de boer de dieren look in de plaats van haver. Daarop spraken de schaapherders: "Wij vertrekken en het geluk ook!"
Op die boerderij gebeurden altijd vreemde dingen. Daarom werd de boerderij het Fleruskot genoemd. De boerin goot een zak lijnzaad in een houtmijt, maar er waren zoveel mannetjes dat er voor ieder mannetje maar één zaadje was. Toen men karnemelk bij zoet melk had gegoten en de mannetjes de opdracht had gegeven die twee melksoorten te scheiden, was de boerderij verlost van het kwaad.
Op een dag kreeg de boer van de Duitse schapers twee paarden, die hij veel eten moest geven. Na een tijdje bracht de boer de paarden terug, hoewel de overeenkomst nog niet was afgelopen. Omdat de schaapherders de paarden niet wilden terugnemen, gaf de boer de dieren look in de plaats van haver. Daarop spraken de schaapherders: "Wij vertrekken en het geluk ook!"
Op die boerderij gebeurden altijd vreemde dingen. Daarom werd de boerderij het Fleruskot genoemd. De boerin goot een zak lijnzaad in een houtmijt, maar er waren zoveel mannetjes dat er voor ieder mannetje maar één zaadje was. Toen men karnemelk bij zoet melk had gegoten en de mannetjes de opdracht had gegeven die twee melksoorten te scheiden, was de boerderij verlost van het kwaad.
Bron
W. Van Houcke, Leuven, 1970
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (houtland)
632
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Duitse schaper   
Naam Locatie in Tekst
Eernegem   
