Hoofdtekst
Krabben in plaats van aardappelen.Op ne kiër was Charel den Tit in ne kaffee en de bazin die was just petetten aan ’t zuën (koken).“Ah, bezin!”, zeit hem, “zijde gij veur mij aan ’t zuën?”“Ah nie, jongen”, zei de bezin, “’t is spijtig, maar w’hemmen d’r maar just genoeg.”En hij zei: “Ja, das niet, ten zulde gulder uëk giën hein.”Na was ’t kleir, ’t zuëde en die vra neemt da scheel d’raf en d’r lag geniëne petet ne miër in, maar amaal levendige krabben in de plaats.
Beschrijving
Een man kwam binnen in een café waar de vrouw aardappelen aan het koken was en hij zei: “Ah bazin, ben jij voor mij aan het koken?” De cafébazin antwoordde: “Neen, spijtig genoeg hebben we maar net genoeg voor onszelf”. Daarop antwoordde de man: “Dat is niet erg. Dan zullen jullie ook niets hebben”. Toen de vrouw het deksel van haar kookpot optilde, zaten er allemaal levende krabben in.
Bron
V. Van Onsem, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
oost-vlaams (waasland en dendermonde)
244
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sombeke   
