Hoofdtekst
Een vro wor gestorve. Ze hielde de wôke en hoerde op de plaffeture kloppe mor zôge niks. Zoe drê nachte achterien. De huisvro goenk nor den Deke. Dieje zee van te vrôge: 'Wat verlangt gij?' Zoegedôn. 't Spook antwoordde: 'Wênie go dji het kapelleke bôwe?' 'Meurge beginne we.' 't Geklop wor gedôn.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Enkele mensen die bij een gestorven vrouw zaten te waken, hoorden een geklop op de rolluiken. Toen ze dat geklop drie nachten achter elkaar hadden gehoord, ging één van hen naar de deken. De geestelijke raadde aan om het spook te vragen wat het wilde. Daarop antwoordde het: "Wanneer gaan jullie het kapelletje bouwen?" Zodra men had gezegd: "Morgen beginnen we", hield het geklop op.
Bron
M. Hermans, Leuven, 1966
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (herk-de-stad)
329
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Schulen   
