Hoofdtekst
46 V -Gelijk mijn moe(der) die was schou (bang) van een spinnekop ‘s avonds die brachten ongeluk en de dag voor dat ze gestorven is, zat ze, lag ze in de kliniek en d’er zat een grote spin op haar kamer en ze belde en die verpleegster wilde ze niet dooddoen en ‘s anderendaags was ze dood mijn moeder, ja. Mijn moeder zei: “Ik heb gisteren een zwarte spinnekop gezien” zei ze, “’t Is een slecht teken” en ‘s achternoens is ze gestorven. En ik heb het tegen die verpleegster gezegd, ik kan ze voor mijn ogen niet zien hé!II -En wat zei ze?46 -Ze lachte daarmee, ik zei: “Ge moet daar niet mee lachen met iemand die ernstig ziek is!” ik zeg:”Want die mensen geloven daarin.”II -Ja, natuurlijk.46 -Ik zeg: “Ik ga niet zeggen dat dat waar is, ik geloof daar ook niet in, maar iemand die ziek is en ge weet dat het serieus is,” - dat was ‘s nachts dat ze dat gezien ôt(had) - ik zeg: “Dat was voor u maar een heel kleintje (kleine moeite) voor uw schoen uit te doen en die spinnekop dood te doen.” ‘t Is waar hé?II -Ah ja, natuurlijk!
Onderwerp
SINSAG 0487 - Vorbedeutung anderer Ereignisse.   
Beschrijving
Een vrouw was bang voor spinnen omdat ze geloofde dat die dieren ongeluk brachten. Toen die vrouw in het ziekenhuis lag, zag ze daar een zwarte spin op de muur. Ze belde de verpleegster met de vraag of ze die spin wilde dood duwen. De verpleegster deed dat echter niet. De volgende dag was de vrouw dood.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
46V
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Zottegem   
