Hoofdtekst
En ja en Maes vertelde toen ook een keer, Henri Maes, ja bij Cyriel Huyghe en Maria Maes. E wê de vader van die die rond gaat met de vuilkar daar. En die vertelde, ja, hij dronk nogal graag, en dat hij een keer afkwam van Beselare zei hij en hij was dronken. En tegen dat ‘k thuis was, zei hij, ‘k was al nuchter. Van als ik daar aan Andre Ghekieres, dat was toen al uivallige (ruige, oneffen) route nog né, gravé (met grint) né, ja dat is zo lang geleden né, van een eind voor de oorlog nog. En toen dat’k thuis kwam, zei hij, ‘k was al nuchter. Er gingen ends t’ends (over de hele lengte), zei hij, van als ‘k daar boven kwam, né ’t rijst daar een klein beetje, ’t is een draai né, ’t rijst daar een beetje. Van als ik daar aan die draai kwam, zei hij, er kwam daar een vrouwmens, zei hij, nevens mij en ze ging mee, zei hij, tot aan de kapel. Ge weet wel waar dat die smid nu woont né, van dinges, die daar aan "De Geit" woont né, van Achilles Pypes né, er stond daar voor de oorlog een grote kapel. ‘k Was, zei hij, niet meer dronken, en almeteenkeer, zei hij, dat vrouwmens was weg. ‘k Zag ze niet meer. ’t Was gedaan. En ja, ‘k weet niet, maar overtijd, en ja, mijn vader kon zo vertellen, als wij jong waren en dat we ’s avonds zaten te spellewerken. We zeien: "Vader, vertel nog een keer alzo lijk van overtijd." Er bestonden alzo lijk nog vele dingen overtijd die lijk nu niet meer bestaan. En mijn vader kon daar zo goed over vertellen né. En ja, en vaneigen dat we daar naar horten (luisteren) né.
Onderwerp
SINSAG 0310F   
Beschrijving
Een vuilnisman die dronken terugkwam van Beselare, kwam onderweg een vrouw tegen, die hem begeleidde tot aan de kapel. Daar verdween de vrouw spoorloos. De man was in één klap nuchter.
Bron
F. Ramon, Leuven, 1975
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (ieper)
2
Vóór de oorlog (WOI of WOI?)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beselare   
Plaats van Handelen
Beselare   
