Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MDREE0070_0070_1954 - Bokkerijders gaan de was stelen; avontuur van een niet-bokkerijder

Een sage (mondeling), 1967

Hoofdtekst

De Bokkerijers van Wellen, die gingen 's nach(t)s op hunne bok de loch in. Ze gingen tussen de mur(en) de was stelen wa op de bleek lag; tot Maastrich(t) gingen ze, en dan zag zje ze dek (= soms) hier overkomen. Ene had eens tegen een van die mannen gezegd: 'zje doet den helen dag niks, lui bees(t), en zje geraak(t) beter t' raan uit as ich!' - die leefde weiter woel, wor! (= die leefde gelijk hij wilde, niet waar?) - 'Tcha, zje moet maar eens metkomen' had er geantwoord. En hij ging met ze broer met; hij sprong ook op ene bok, en toen had er al enen helen toer (= een heel tijdje) op die bok gezeten en toen kikter (= kijkt hij) 'och, bo ben ich nu hier?' zeiter, en de bok was onder hem uit en he was e koet (= gat) in aarde gevallen. Mè ich weet nie wè lang at er (= hoe lang dat hij) toen nie had moeten gaan ijter (= eer hij) terug thuis was. 'Van bo komt zje toch maar?' vroeg de vrouw hem, 'zie (= zijt ge) al trug?' 'Ich gon niemee met, ich gon niemee met!' zeiter maar den helen tijd.

Onderwerp

SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.    SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   

Beschrijving

De bokkenrijders gingen 's nachts tot in Maastricht de was stelen die lag te bleken. Op een dag had één van de rovers zijn broer uitgenodigd om een keer mee te gaan stelen met de bokkenrijders. Toen de man al een hele tijd op de bok had gezeten, riep hij uit: "Oh, zijn we nu hier!" Op dat ogenblik verdween de bok en viel de man naar beneden. De man moest een zeer grote afstand afleggen vooraleer hij weer thuis was, en hij nam zich voor om nooit meer met de bokkenrijders mee te gaan.

Bron

M. Dreezen, Leuven, 1967

Commentaar

4. Historische sagen
limburgs (tongeren en omstreken)
209
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Widooie    Widooie   

Plaats van Handelen

Maastricht    Maastricht