Hoofdtekst
Beschrijving
Omstreeks 1940 stond langs de rand van het bos van Buggenhout een klein boerderijtje waar men zeven of acht kinderen had. Een van de zonen was een beetje achterlijk. Toen één van de dochters was getrouwd met een sterke man, werd de schoonzoon eigenaar van de boerderij. De kleine jongen liep daar in de weg en ging daardoor vaak wandelen. Op een dag is de jongen niet meer teruggekomen van één van zijn wandelingen. Het lijk werd nooit gevonden. Toen de nieuwe boer in het bos bij een beekje zat te drinken, viel er een boom om en werd hij verpletterd. Zijn vrouw bleef alleen achter met vier kinderen, van wie er één in Leuven voor priester ging studeren.
Bron
L. Pauwels, Leuven, 1969
Commentaar
4. Historische sagen
brabants (noord-west)
926
Omstreeks 1940
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Appels   
Plaats van Handelen
Buggenhoutbos   
