Hoofdtekst
En ’t dunderde ne keer stijf en amenekeer ’t komt daar een wuveke die de name had en tor onzen zat d’r alten gewijde palme an de deure. En ze vraagt voor binnen te komen en ze komt binnen. En an de zulle draait ze heur drie keer roend en ton komt ze binnen. En ze klapt en o ’t over is gaat ze were voort. En ze zat pertang maar twee meters van de voordeure en ze gaat al achter (langs achter) buiten. En me zeggen dat tegen onze knecht en ze kwam daar ook dikkels, en ze staken ook palme boven de deure en z’hèt nooit daar nie meer geweest.
Beschrijving
Tijdens een onweer kwam een vrouw die een slechte naam had, op bezoek bij mensen uit Wingene. In dat huis stak altijd een gewijd palmtakje aan de deur. De vrouw draaide zich drie keer om bij de drempel en kwam dan binnen. Toen het onweer voorbij was, ging de vrouw langs de achterdeur buiten, hoewel ze dichter bij de voordeur zat! Na dat voorval is de vrouw nooit meer op bezoek geweest.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (o van houtland)
374
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Wingene   
