Hoofdtekst
Ik heb hier ene gekend en de die had toch rare manieren in ook zelle! Ze stak hare neuze altijd overal in; en ze gaf de kinders ne keer nen appel of een pruim, maar zij en zoon ’t niet rap opg’eten hebben! En ’t was hier neg ebuur en den dien had een koe; en ze droeg daar altijd schillen naartoe voor die koe. En die koe is dan ziek geworden en gestorven. En diënen boer zou ze verongelukt hebben.
Beschrijving
In Aspelare woonde een vrouw die zich met alles bemoeide en die de kinderen vaak een appel of een pruim gaf. De meeste kinderen aten dat fruit echter niet op. Die vrouw bracht altijd schillen naar een boerderij waar men een koe had. De koe is ziek geworden en gestorven. De boer zou uiteindelijk verongelukt zijn.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (denderstreek)
358
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Aspelare   
Plaats van Handelen
Aspelare   
