Hoofdtekst
(De informant vertelt hoe een man eens een oud vrouwtje, Turkes’ Grijze geheten, beetnam, hij ging haar haan kopen en liet haar de haan dooddoen. Nadien betaalde hij maar 5 frank en geen 7 zoals zij wou. Zelf wou ze hem niet opeten en de man had hem dus voor 5 frank.)I -En hebt ge nog horen vertellen van een stalkaars of?44 D -Ah, een stalkaars, dat hebben we zelf nog gemaakt, dat was een beet, een stalkaars dat was een beet die we uitholden en waar dat we dan een figuur in maakten en vanbinnen zetten we dan een kaars en we deden dat branden en ‘s avonds was dat een eigenaardig zicht, ‘s avonds was dat een eigenaardig zicht, dat was zo een wezen dat we daarin gesneden en we vanbinnen uitgehold en thuns (dan) op die zijkant een neus gemaakt ogen gemaakt en een mond en thuns (dan) een kaars erin en als dat donker was, was dat een man die daar, ja, ja, en dat zetten we thuns (dan) in een haag en de passanten waren altijd, ze ôn (hadden) schrik hé, zo een vent die brandde hé, ja, ja, dat hebben we dikwijls gedaan.
Beschrijving
Vroeger maakten de kinderen stalkaarsen door bieten uit te hollen en er kaarsen in te zetten. Op die manier probeerden ze voorbijgangers bang te maken.
Bron
C. De Winne, Leuven, 1999
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
oost-vlaams (groot-zottegem)
44D
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Erwetegem   
