Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

COOMS0209_0209_8485 - Variant. Weerwolf herkend

Een sage (mondeling), 1968

Hoofdtekst

Achter ’t kanaal woênde den Huffel. Hê dee in haât en in biêsten. Op zekeren dag ree’em nao Diest mee een biêst. Zên meid was ’t er bij. Toen ze in Schaffen kwamen zee’em tegen ’t maske: "As ge ne groête hond ziet moed’er hum ma oere zakdoek toegoeien. Ich moet is effekens mên broek gön aftrekken." En hê de bos in. Effekens laoter ziet het maske inderdaad ne groête vervaorlijke hond. Ze goêit’em heure zakdoek en ’t biêst pakt’em tussen zên taân (tanden), en verdwijnt. Effekens laoter komt den Huffel terug, mar tussen zên taên zitten niks dan stukskes stof. Toen was da zelf ne weerwolf.

Onderwerp

SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.    SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   

Beschrijving

H. ging samen met zijn meid een dier naar Diest brengen. In Schaffen sprak de boer tot de meid: "Ik moet even een boodschap gaan doen. Als je ondertussen een grote hond zou zien, dan moet je je zakdoek naar het dier gooien". Even later zag het meisje inderdaad een grote hond. Het dier greep de zakdoek tussen de tanden en verdween. Toen H. weer tevoorschijn kwam, had hij allemaal stukjes stof tussen zijn tanden.

Bron

C. Ooms, Leuven, 1968

Commentaar

1.6 Weerwolven
limburgs (beringen en omstreken)
507
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Beringen    Beringen   

Plaats van Handelen

Diest    Diest   

Schaffen    Schaffen