Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

MVAND0306_0307_43782

Een sage (mondeling), 1955

Hoofdtekst

Ne jongen vrijde met een maske. En ze kwamen zo van Kapellen. En ineens zei hem tegen dat maske: "Ga maar al voort, ik moet nog ergens naartoe en als ge iet tegenkomt, dan gooit er maar ne grote witte zakdoek naartoe." En hij was nog maar fijn weg of daar was ne grote, zwarten hond en ze gooide die witte zakdoek. Maar als heure vrijer terug bij heur komt, ziet ze de stukken van de zakdoek nog tussen zijn tanden steken. En zij weg en ze heeft hem nooit niet meer gezien.

Onderwerp

SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.    SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   

Beschrijving

Een jongen die samen met zijn vriendin terugkwam van Kapellen, sprak tot het meisje: "Ga maar voort. Ik moet nog ergens naartoe. Als je iets zou tegenkomen, gooi er dan een grote witte zakdoek naar". Zo gezegd, zo gedaan. Toen het meisje haar vriend zag terugkomen, zag ze dat hij de witte stukken van de zakdoek nog tussen zijn tanden had.

Bron

M. Van den Berg, Leuven, 1955

Commentaar

1.6 Weerwolven
antwerps (polders ten noorden van antwerpen)
424
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Ekeren    Ekeren   

Plaats van Handelen

Kapellen    Kapellen