Hoofdtekst
Ich heb het ook enen aa man horen vertellen, doa dors(t) niemand nie doorgaan vroeger aan 't 'duvelskruis'. Ene jong(en) zei: 'ich heb voor niemand gene bang, ich door (= durf) altijd thuisgaan, ich houw hem dood! ich door doorgaan!' Mè ene van die, bo-ter dat gezegd had, wilde hem toch nog bang maken gaan, en die trok e vel, e berevel over hem, en wei de jong(en) doa kwam, he(ef)t er die-met-het-vel met ene mes(t)haak dood gehouwd, en het vel hebben ze nooit mee(r) af(ge)kregen. Dat was ook zoiet wei ene weerwolef, denk ich.
Beschrijving
Een jongeman pochte de hele tijd dat hij nergens bang voor was. De jongen werd door zijn vrienden uitgedaagd om voorbij het Duivelskruis te gaan. Zodra de jongen vertrokken was, nam één van zijn vrienden een berenvel en ging bij het Duivelskruis staan. Toen de dappere jongen de vreemde verschijning zag, sloeg hij met een mestvork zijn vriend dood. De dode moet een weerwolf zijn geweest, want het berenvel bleek later met zijn lichaam te zijn vergroeid.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
3.1 Duivels
limburgs (tongeren en omstreken)
1077
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Duivelskruis (Vrijhern)   
Naam Locatie in Tekst
Riksingen   
Plaats van Handelen
Duivelskruis (Vrijhern)   
