Hoofdtekst
21D Dan, daar in de Varenwinkel, daar stond een huis en daar woonde toen een schoonzuster van mijn grootmoeder. En die man die zat ook altijd in de Walen, in de bieten en de oogst. En als die ’s avonds ging slapen, dan begonnen de taloren (borden). Die hadden zo van die schabben waar schoon taloren opstonden.x Ja.21D Dan begonnen die gaan te rammelen en dan liep dat huis vol witte muizen. En dan was die vervaart (bang), want dan was die alleen met haar kinderen. En als die man thuis was, dan zagen ze niks. Maar op een keer was hij toch thuis en toen gebeurde dat ook, maar toen zijn ze daar gauw verhuisd.
Beschrijving
Een vrouw wiens man vaak in Wallonië verbleef om op de bietenvelden te werken, zag bij het slapengaan de borden in de kast altijd rammelen. De vrouw zag bovendien allemaal witte muizen rondlopen in huis. Wanneer haar man thuis was, zag de vrouw zulke zaken meestal niet. Toen de spokerij zich toch een keer manifesteerde toen de man thuis was, besloot het echtpaar te verhuizen.
Bron
T. Bergen, Leuven, 2003
Commentaar
2.1 Heksen
vlaams-brabants (groot-aarschot)
21D
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Langdorp   
Plaats van Handelen
Wallonië   
