Hoofdtekst
Janneke Gijsens voer op Luik met de kar en, wei (toen) ter aan Vreren koem, zat do een kat. Die had hem de heel baan al gevolgd. Ze zat tegen de muur. Er sloeg naar de kat en e beetje daarna stond do een oud wijfke tegen de muur. Ze vroeg of ter (hij) dat nog durfde. 'In Gods naam, dat durf ich nog' zei ter en 't wijfke antwoordde: 'Had Janneke Gijsens zo straf niet gesproken, ich had hem voorzeker de nek gebroken.' En toen was het verdwenen.
Onderwerp
SINSAG 0601 - Die sprechende Katze   
SINSAG 0594 - Verwandlung von Hexentier in Frau erspäht.
  
Beschrijving
Toen Janneke G. met de kar naar Luik reed, werd hij gevolgd door een kat. In Vreren stapte Jan van de kar en sloeg naar de kat, die tegen de muur zat. Het volgende ogenblik stond er een vrouwtje tegen de muur, dat de man vroeg of hij dat nog een keer durfde. Daarop antwoordde Janneke: "In Gods naam, dat durf ik nog eens!" Het vrouwtje sprak: "Had Janneke G. niet zo verstandig gesproken, dan had ik hem zeker de nek gebroken". Daarna was de heks verdwenen.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (bilzen)
392
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Janneke G.   
Naam Locatie in Tekst
Hoeselt   
Plaats van Handelen
Luik   
