Hoofdtekst
Daar was eens ene mens, die kwam van de kermis van Hees en er gonk naar Rosmeer. En alste daar zo'ne grote plas (water) zaags, dan woren daar lichtjes op. Dat woren zieltjes van ongedoopte kinder. Maar die koste (kondt ge) verlossen alste zaags (ge zegde): 'Ich doop u alleen, in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes. Amen.' Want anders kwamen zoveel zielkes daste niks meer zoogs (ge ... zaagt). En die man had dat al gehoord en die zei dat en toen kos er door. Maar altijd aan ene plas water stonden die lampkes. Ich heb honderden keren buiten gestaan en dat hoepelde en sprong. Dat was schoon voor te zien. Kurieus daste dat nu niemeer zies (ziet).
Onderwerp
SINSAG 0181 - Die getauften Irrlichter   
Beschrijving
Een man uit Rosmeer die terugkwam van de kermis in Hees, zag boven een plas water dwaallichtjes zweven. Dergelijke lichtjes kon men verlossen door te zeggen: "Ik doop u alleen, in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen." Wie dat vergat te zeggen, werd omvergeduwd door honderden dwaallichjtes die zich allemaal kwamen laten dopen. Toen de man de dwaallichtjes boven de plas had gedoopt, kon hij weer verder.
Bron
W. Jackers, Leuven, 1958
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
limburgs (bilzen)
35
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Hoelbeek   
Plaats van Handelen
Rosmeer   
Hees   
