Hoofdtekst
Vroeger, in den ouwen tijd werden bij ons Zaterdags rapen op ’t hof gewassen. En ’s nachts hoordege’k lawaait, maar ons mannen, de die slapen vast en zij en hadden niet g’hoord. Allé, ’s morgens als we opstonden waren al die rapen van den hof weg. Ze lagen ginder verre hele gans opengetorren (open getrappeld).
Beschrijving
Op een boerderij had men de gewoonte om op zaterdag rapen te wassen. ’s Nachts hoorde de boer er lawaai, maar de kinderen hoorden niets. ’s Ochtends vond men de rapen niet meer. Ze lagen in een hoek van een boerderij en waren helemaal vermorzeld.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
oost-vlaams (denderstreek)
400
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ophasselt   
