Hoofdtekst
Te Hondschote ’t wunt daar een ouden hovenier en hij wunde daar bij een oude abdij en benachte ten twaalven, de menschen hoorden daar ossan de paters de vespers zingen. En den deken kwam daar en den deken heeft moeten bekennen dat dat alzo was, en dat is toen uitgescheed en de paters hebben moeten kommen om dat af te lezen.
Beschrijving
In Hondschote stond een oude abdij waarnaast een tuinier woonde. Om middernacht hoorde men in die abdij paters vespers zingen. De deken kwam de vreemde gebeurtenissen vaststellen en zond daarna de paters om de abdij te overlezen.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (franse grens)
524
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Beveren   
Plaats van Handelen
Hondschote   
