Hoofdtekst
Mijn vader zag ’s nachts altijd een vrouwmens, ene die nog niet lange dood was. En ze kwam alle nachten en nooit gerust gelaten he. En je (hij) vertelde dat aan moeders broere en je (hij) zei: je moet voor dat vrouwmens lezen (bidden). Z’heeft gebeden nodig. En je (hij) las (bad) hij en achter (na) een tijd isten (is hij) gerust gelaten geweest.
Beschrijving
Een man zag 's nachts altijd een vrouw verschijnen, die nog niet lang dood was. Van zijn schoonbroer kreeg de man de raad om veel te bidden voor de vrouw. Na een tijd werd de man met rust gelaten door de geest.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
113
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Leffinge   
