Hoofdtekst
De Bokkerijers die gingen 's nach(t)s uit. In Lauw was ene groten onderaardse gang bo ze uitgingen. Dat waren de 'Hinderkuilen', en die gingen tot Maastrich(t). Ze gingen stelen en van alles, en ze hadden hun pjaad (= paarden) altijd contrarie beslagen: dan waren ze thuis en zje meende dat ze uit waren!
Onderwerp
SINSAG 1291 - Verkehrt beschlagene Pferde (Hufeisen verkehrt untergebunden).   
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
De bokkenrijders trokken er 's nachts op uit om te stelen. In Lauw hadden de rovers onderaardse gangen die tot in Maastricht liepen, en die de 'Hinderkuilen' werden genoemd. Omdat ze hun paarden achterstevoren hadden beslagen, wist men nooit waar ze naartoe waren gereden.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (tongeren en omstreken)
1103
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Hinderkuilen (gangen van de bokkerijders)   
Naam Locatie in Tekst
Lauw   
Plaats van Handelen
Lauw   
Maastricht   
