Hoofdtekst
Een maand geleden heeft mijn buurvrouw besloten om terug te gaan naar Indonesië. Ze woonde aan de Sumatrastraat. Ze heeft twee kinderen: Kaka - dat was de oudste, de oudste dochter - en de jongste heet Adik. Wie kent Adik? Vervelend klein jongetje, vijf jaar. Ken je Adik?
[Bas Meder:] Nee.
Haar man is overleden. Toen dacht ze van: hier in Nederland leven is moeilijk, ik kan beter teruggaan naar Indonesië, op de Molukken. In het dorp - een prachtig dorp, houten woningen, een groot plein in het midden, een waterput, en daaromheen prachtige bomen, ontzettend groen, en daarin zingen vogels. Ze maakten altijd muziek, de vogels. 's Morgens vroeg als je de vogels hoorde, dan dacht je gelijk: 'Wat heerlijk, ik ga weer werken.'
Op een dag zegt ze tegen Kaka: "Pas op Adik. Ik ga weer eten zoeken."
Iedere dag was het heel heel moeilijk, heel zwaar.
"Als ik straks terugkom, dan gaan we samen eten."
Ze ging het bos in, zoeken naar eten. Deze keer was het heel moeilijk, heel moeilijk om eten te vinden. Ze ging naar een baai bij de zee, en ze vond een visje, zo klein. Dat moesten ze met z'n drieën delen.
Ze ging met het visje terug en zegt tegen Kaka: "Hier is een visje. Het middelste gedeelte is voor je broertje Adik. Het staartje mag jij hebben. Het kopje is voor mij. Maak het schoon, grill het, en als je er zin in hebt om het te eten, dan hoef je niet op mij te wachten. Maar bewaar het stukje met het kopje; dat is voor mij."
"Ja mamma, geen enkel probleem."
Ze gingen met z'n allen... ging ze met al de dorpskinderen spelen: lego hadden ze nog meegenomen. Balletjes vanuit de Marskramer hebben ze gekocht. Alle leuke speelgoeden: gedeeld, gespeeld... En toen kreeg broertje honger en wilde naar huis.
"Kom Kaka, we gaan naar huis. Ik heb honger, ik wil eten."
"Goed, dan zal ik even het visje schoonmaken."
Schoonmaken, grillen, gestroopt. Toen ze klaar waren, had het broertje nog honger.
"Ik wil nog meer!"
"Nee," zegt Kaka, "nee, dat moeten we bewaren. Bewaren voor mamma."
Een poosje later kwam het broertje weer: "Ik heb weer honger, ik moet eten! Ik heb honger! Ik heb trek! Dat is niet genoeg voor mij! Ik wil eten!"
"Hou toch op met dat gezeur! Dat is voor mamma!"
Maar Adik begon iedere keer maar te gillen van: "Ik heb honger! Ik heb honger!"
Hier in Nederland had 'ie het beter: dan gaat 'ie naar Albert Heijn. Mamma geeft wel geld. Maar deze keer was het moeilijk.
"Ja, wat moet ik nou doen?" zegt Kaka. "Zal ik het hem toch maar geven?"
En broertje was zo zielig. Nou uiteindelijk: "Alsjeblief. Voor jou!. Maar als mamma straks kwaad wordt, dan is het jouw schuld!"
Adik eet zijn buikje vol. Nou had 'ie eindelijk genoeg.
Mamma komt terug. Helemaal moe, niks gevonden. Verdrietig. Ze deed de deuren open, ze gaat naar binnen. Hadden ze zo fijn gespeeld met alle kindertjes in het dorp? Ze ging haar gezicht wassen, haar handen wassen. Toen ging ze lekker eten. Er was geen vis op tafel. Alles was opgeruimd. Ze had toch opdracht gegeven dat ze het kopje van de vis moesten bewaren? Is het zo moeilijk om te luisteren? Misschien heeft Kaka het in de kast gedaan. Ze doet de kastdeuren open, zoekt... Nee, ook niks. Ze werd verdrietig. In Nederland had ze het al moeilijk, hier op de Molukken had ze het ook weer moeilijker. Toen ze zich omdraaide om van huis weg te gaan, misschien weer naar zee om vis te zoeken, kwamen de twee kinderen aan.
"Hé mamma!"
"Ja, we hebben heerlijk gespeeld ennuh..."
"Ja, het was zo heerlijke vis."
Mamma lachte niet. Mamma was gewoon verdrietig.
"Kaka, kijk mamma aan..." begon ze te zeggen.
"Ja, mamma, ik zal het even uitleggen. Dat komt door Adik. Adik heeft het gedaan. Adik! Het is jouw schuld! Jij hebt alles gegeten."
"Ja, maar mamma, ik heb honger! Ik heb honger! Heeft u nog meer eten?"
Mamma zei niets.
"Het is jouw schuld! Het is jouw schuld! Altijd heb jij honger! Wat is er toch aan de hand met jou?"
"Ja, nou ben ik moe. En ik wil gaan eten."
"Kom, we moeten achter mamma lopen!"
En heel snel liepen ze achter mamma aan. Ze was weg. Opeens zag Kaka niets meer.
"De voetsporen! Kijk daar! Zie je die voetsporen daar. Nog een! Nog een!"
Achter mamma aan.
"Mamma, kom terug! Kom terug! Alsjeblieft, we zullen altijd luisteren! Altijd luisteren, mamma. Kom terug!"
De rots. De rots. Ooit had oma verteld dat er een Bladersteen was. En dat het heel ver van het dorp was. En opeens zagen ze het: de rots, enge rots. De Bladersteen. Heel dichtbij. Ze zagen mamma daar lopen.
Adik gilde: "Mamma, mamma, kom terug!"
Bijna was ze d'r. Ze hielden elkaar vast. De Bladersteen ging open... zo ging mamma naar binnen.
"Mamma, alstublieft, kom terug. We zullen altijd naar u luisteren."
Fatu bedahum, fatu labadanke
Fuka mulutu, tenankang betah
Fuka mulutu, tenankang betah.
"Ik ben zo moe. Het leven is hard. Ik kan het niet meer aan. Ik schuil in de Bladersteen."
De kinderen huilden en zongen kei- en keihard:
Gunala apah, hidukla sirniri
Sedankan ibu, sudader adah
Idup sindiri, telanu susah.
Wat heeft het leven nog zin om zonder moeder te leven? Wat heeft het voor zin?
Fatu bedahum, fatu bedahum, fatu bedahum, fatu bedahum...
(Verteld in houtzaagmolen De Ster op zondag 24 september 2000)
[Bas Meder:] Nee.
Haar man is overleden. Toen dacht ze van: hier in Nederland leven is moeilijk, ik kan beter teruggaan naar Indonesië, op de Molukken. In het dorp - een prachtig dorp, houten woningen, een groot plein in het midden, een waterput, en daaromheen prachtige bomen, ontzettend groen, en daarin zingen vogels. Ze maakten altijd muziek, de vogels. 's Morgens vroeg als je de vogels hoorde, dan dacht je gelijk: 'Wat heerlijk, ik ga weer werken.'
Op een dag zegt ze tegen Kaka: "Pas op Adik. Ik ga weer eten zoeken."
Iedere dag was het heel heel moeilijk, heel zwaar.
"Als ik straks terugkom, dan gaan we samen eten."
Ze ging het bos in, zoeken naar eten. Deze keer was het heel moeilijk, heel moeilijk om eten te vinden. Ze ging naar een baai bij de zee, en ze vond een visje, zo klein. Dat moesten ze met z'n drieën delen.
Ze ging met het visje terug en zegt tegen Kaka: "Hier is een visje. Het middelste gedeelte is voor je broertje Adik. Het staartje mag jij hebben. Het kopje is voor mij. Maak het schoon, grill het, en als je er zin in hebt om het te eten, dan hoef je niet op mij te wachten. Maar bewaar het stukje met het kopje; dat is voor mij."
"Ja mamma, geen enkel probleem."
Ze gingen met z'n allen... ging ze met al de dorpskinderen spelen: lego hadden ze nog meegenomen. Balletjes vanuit de Marskramer hebben ze gekocht. Alle leuke speelgoeden: gedeeld, gespeeld... En toen kreeg broertje honger en wilde naar huis.
"Kom Kaka, we gaan naar huis. Ik heb honger, ik wil eten."
"Goed, dan zal ik even het visje schoonmaken."
Schoonmaken, grillen, gestroopt. Toen ze klaar waren, had het broertje nog honger.
"Ik wil nog meer!"
"Nee," zegt Kaka, "nee, dat moeten we bewaren. Bewaren voor mamma."
Een poosje later kwam het broertje weer: "Ik heb weer honger, ik moet eten! Ik heb honger! Ik heb trek! Dat is niet genoeg voor mij! Ik wil eten!"
"Hou toch op met dat gezeur! Dat is voor mamma!"
Maar Adik begon iedere keer maar te gillen van: "Ik heb honger! Ik heb honger!"
Hier in Nederland had 'ie het beter: dan gaat 'ie naar Albert Heijn. Mamma geeft wel geld. Maar deze keer was het moeilijk.
"Ja, wat moet ik nou doen?" zegt Kaka. "Zal ik het hem toch maar geven?"
En broertje was zo zielig. Nou uiteindelijk: "Alsjeblief. Voor jou!. Maar als mamma straks kwaad wordt, dan is het jouw schuld!"
Adik eet zijn buikje vol. Nou had 'ie eindelijk genoeg.
Mamma komt terug. Helemaal moe, niks gevonden. Verdrietig. Ze deed de deuren open, ze gaat naar binnen. Hadden ze zo fijn gespeeld met alle kindertjes in het dorp? Ze ging haar gezicht wassen, haar handen wassen. Toen ging ze lekker eten. Er was geen vis op tafel. Alles was opgeruimd. Ze had toch opdracht gegeven dat ze het kopje van de vis moesten bewaren? Is het zo moeilijk om te luisteren? Misschien heeft Kaka het in de kast gedaan. Ze doet de kastdeuren open, zoekt... Nee, ook niks. Ze werd verdrietig. In Nederland had ze het al moeilijk, hier op de Molukken had ze het ook weer moeilijker. Toen ze zich omdraaide om van huis weg te gaan, misschien weer naar zee om vis te zoeken, kwamen de twee kinderen aan.
"Hé mamma!"
"Ja, we hebben heerlijk gespeeld ennuh..."
"Ja, het was zo heerlijke vis."
Mamma lachte niet. Mamma was gewoon verdrietig.
"Kaka, kijk mamma aan..." begon ze te zeggen.
"Ja, mamma, ik zal het even uitleggen. Dat komt door Adik. Adik heeft het gedaan. Adik! Het is jouw schuld! Jij hebt alles gegeten."
"Ja, maar mamma, ik heb honger! Ik heb honger! Heeft u nog meer eten?"
Mamma zei niets.
"Het is jouw schuld! Het is jouw schuld! Altijd heb jij honger! Wat is er toch aan de hand met jou?"
"Ja, nou ben ik moe. En ik wil gaan eten."
"Kom, we moeten achter mamma lopen!"
En heel snel liepen ze achter mamma aan. Ze was weg. Opeens zag Kaka niets meer.
"De voetsporen! Kijk daar! Zie je die voetsporen daar. Nog een! Nog een!"
Achter mamma aan.
"Mamma, kom terug! Kom terug! Alsjeblieft, we zullen altijd luisteren! Altijd luisteren, mamma. Kom terug!"
De rots. De rots. Ooit had oma verteld dat er een Bladersteen was. En dat het heel ver van het dorp was. En opeens zagen ze het: de rots, enge rots. De Bladersteen. Heel dichtbij. Ze zagen mamma daar lopen.
Adik gilde: "Mamma, mamma, kom terug!"
Bijna was ze d'r. Ze hielden elkaar vast. De Bladersteen ging open... zo ging mamma naar binnen.
"Mamma, alstublieft, kom terug. We zullen altijd naar u luisteren."
Fatu bedahum, fatu labadanke
Fuka mulutu, tenankang betah
Fuka mulutu, tenankang betah.
"Ik ben zo moe. Het leven is hard. Ik kan het niet meer aan. Ik schuil in de Bladersteen."
De kinderen huilden en zongen kei- en keihard:
Gunala apah, hidukla sirniri
Sedankan ibu, sudader adah
Idup sindiri, telanu susah.
Wat heeft het leven nog zin om zonder moeder te leven? Wat heeft het voor zin?
Fatu bedahum, fatu bedahum, fatu bedahum, fatu bedahum...
(Verteld in houtzaagmolen De Ster op zondag 24 september 2000)
Beschrijving
Een vrouw keert met haar kinderen terug naar de Molukken. Zij kan slechts met de grootste moeite haar eten bij elkaar scharrelen. Als het zoontje meer eet dan hem toekomt, verdwijnt de moeder verdrietig in de Bladersteen.
Bron
Verteld in houtzaagmolen De Ster op zondag 24 september 2000 (opname archief MI)
Commentaar
24 september 2000
Naam Overig in Tekst
Sumatratsraat   
Molukken   
Molukkers   
Bladersteen   
Adik   
Marskramer   
Albert Heijn   
Naam Locatie in Tekst
Indonesië   
Nederland   
Kaka   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
