Hoofdtekst
Liete Krulle wos de bijname van Liete Mouton die getrouwd wos met Bruno Verbrugghe. Ze wunde te Rozebeke (Westrozebeke). ’t Wos e toveresse. Kapelaan Aloïs Frombout, broere van de gouverneur te Brugge, Benedictus Frombout, e die boeken ofhaald en ze voorzeker in brande gestoken want Liete had heur eigen dochter Theresia oengelukkig gemakt. Ze wos toen lik heur macht kwijt. Heur handen stoenden heel verkeerd. ’t Is dorom dat de kapelaan heur boeken ofhaald et. De kapelaan verweet toen Liete omdat z’heur eigen dochter oengelukkig gemakt had. Bruno Verbrugghe zei otten droenke wos: "’k Gon bij mijn toveresse gon slapen." Enne doste dat mor zeggen otten droenke wos. Liete Krulles dochter ed hier nog in uus huus gewund. ‘k Ging e keer up e nacht, ’t wos eigentlik ’s nuchtens vroeg gon jagen. Jaa’k, ‘k èn vele hazen doodgeschoten wè! En up mijn weg zag’k dor e groten hoend zitten in ’t midden van den eerdeweg. ’t Wos lik e rô kole. ‘k Kwamen oltijd dichter en dichter en dien hoend bougeerde niet. Ik mikte up dien hoend mor ‘k kwamen oltijd naderbij en o’k ik voorbij wos, zat dien hoend dor nog. ‘k Zijn toen rechtedeure gegon. O ‘k ik werekeerde, zagge’k ik up de platse nieten van hoendesporen. Bij den dijk (gracht) zagge’k ik ollene mor kattesporen. Dat moste Liete Krulle geweest zijn.
Onderwerp
SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.
  
Beschrijving
In Rozebeke woonde een toveres die haar eigen dochter ongelukkig had gemaakt door haar handen scheef te zetten. De kapelaan is de boeken van die toveres gaan ophalen en hij heeft ze in brand gestoken. Toen de man van de toveres een keer dronken was, had hij gezegd: "Ik ga bij mijn toveres slapen".
Een man die op een ochtend ging jagen, zag een grote hond in het midden van de weg zitten. Het leek op een rode kool die niet bewoog. De man sloop de hond stilletjes voorbij en liep dan weg. Toen de man de volgende dag terug naar die plaats ging, zag hij geen hondensporen. Hij zag alleen kattensporen. Dat moet de toveres zijn geweest...
Een man die op een ochtend ging jagen, zag een grote hond in het midden van de weg zitten. Het leek op een rode kool die niet bewoog. De man sloop de hond stilletjes voorbij en liep dan weg. Toen de man de volgende dag terug naar die plaats ging, zag hij geen hondensporen. Hij zag alleen kattensporen. Dat moet de toveres zijn geweest...
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (vrijbos)
9F
memoraat
Naam Overig in Tekst
Liete Krulle
Liete Mouton
Bruno Verbrugghe
Aloïs Frombout
Benedictus Frombout
Liete Mouton
Bruno Verbrugghe
Aloïs Frombout
Benedictus Frombout
Naam Locatie in Tekst
Westrozebeke   
Plaats van Handelen
Rozebeke   
