Hoofdtekst
‘k Heb ik nog horen vertellen van Door Ceuninck da ze daar binnengeweest hebben en dan z’een pinte bier vroegen om under boterhammen op t’eten. Dat mensen gong naar de kelder met heur kannetje, dat was toen nog met een kannetje, en dat z’ossan (altijd) benauwd hadde da ze peisde, wukke mensen zouden da zijn? Ze wist in ’t hele nie wie dat was en ommekeeq (plots) z’hoorde toen vertellen dat de bende Pollet up gang was en ze zei wukfer (wat voor) een dat dat was die da binnen geweest hadde en ze zeien dat was van de bende Pollet. Maar z’hebben daar niet gestolen. Ze zijn toen ook binnengeweest bij John Plak, zijn echte name kan’k nie zeggen, z’hebben daar ze monter gepakt. Je wund’hier in de Meulenstrate. Z’hebben toen ook binnen geweest aan de brouwerij Lameire. ‘k Kun nie zeggen wuk da ze daar gepakt hebben.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
In een herberg kwamen de rovers van de bende van Pollet hun boterhammen opeten. De rovers vroegen om een glas bier. Toen de herbergier naar de kelder gingen om de kan te vullen, realiseerden ze zich dat de bende van Pollet in hun herberg zat. De rovers hebben daar echter niets gestolen. In een ander huis heeft de bende van Pollet een uurwerk gestolen.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (ieper)
22
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Pollet (bende van)   
bende van Pollet   
Naam Locatie in Tekst
Voormezele   
